Proefschrift

en obstetrie afdelingen en binnen neonatale en obstetrie afdelingen, voor de zes meest voorkomende indicaties voor neonatale verwijzing. Wij vonden aanzienlijke variatie tussen ziekenhuizen, tussenafdelingenenbinnenafdelingeninaanbevelingenvoortypeverwijzing, opname, screening/diagnostisch onderzoek, behandeling en ontslag. Bovendien lieten onze resultaten over het algemeen lagere verwijsdrempels zien op neonatale afdelingen in vergelijking met obstetrie afdelingen en hogere verwijsdrempels in de oostelijke regio van Nederland. Wij bevelen aan om onwenselijke variatie in lokale protocollen te verminderen door het ontwikkelen van evidence-based, multidisciplinaire richtlijnen ter ondersteuning van lokale protocollen. Verder bevelen wij aan afspraken alleen te baseren op multidisciplinaire consensus wanneer wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt of niet overtuigend is en om aandacht te besteden aan implementatie van richtlijnen en om argumenten te beschrijven voor het afwijken van evidence-based richtlijnen vanwege specifieke lokale omstandigheden in het protocol. Hoofdstuk 7 is de algemene discussie van dit proefschrift. Het geeft een overzicht van de bevindingen van onze studies, waaruit blijkt hoe de subjectiviteit van en blinde vlekken in risicoselectie de effectiviteit ervan beperken. De vooruitgang in kennis en technologie in de geboortezorg heeft bijgedragen tot de laagste sterftecijfers onder zwangeren en hun kinderen in de geschiedenis. En toch blijft er sprake van onrechtvaardigde variatie in zorg, het onder- en overgebruik vanmedische interventies, onwenselijke gezondheidsverschillen en respectloze zorgverlening. Het hedendaagse begrip van risicoselectie is gebaseerd op de veronderstelling dat risico objectief is en is gecentreerd rond risico’s die ontstaan in het zwangere en barende lichaam, omdat (1) risico voornamelijk wordt opgevat in termen van pathologie, (2) risico wordt beïnvloed door overtuigingen en belangen van professionals en (3) het idee dat risico relatief is. De subjectiviteit van risico kan leiden tot ineffectieve risicoselectie als gevolg van blinde vlekken die een optimale afstemming tussen de behoeften van zwangeren en de geboortezorg in de weg staan. Deze verkeerde afstemming is zichtbaar in (1) het gebrek aan persoonsgerichte zorg, (2) de veronachtzaming van overgebruik van zorg en (3) de geringe aandacht voor primaire preventie. Deze ongewenste uitkomsten van geboortezorg wijzen op de dringende noodzaak van verder onderzoek naar de reikwijdte en het effect van sociale factoren van gezondheid en discriminatie op geboortezorguitkomsten. Het is ook noodzakelijk dat wij verder gaan dan de veronderstelling dat risico’s alleen voortkomen uit het zwangere en barende lichaam en beginnen met het onderzoeken van risico’s die worden gecreëerd door de geboortezorg zelf, waarin zwangerschap en geboorte worden gedefinieerd en behandeld als risicovolle processen. Wij bevelen aan dat toekomstige studies naar het subjectieve en complexe karakter van risicoselectie intersectionele analyses gebruiken die rekening houden met de impact van convergerende factoren en de rol van macht op geboortezorguitkomsten. 17 SAMENVATTING

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw